Het meisje en de soldaat

En wat vond de pers van Het meisje en de soldaat?

Tussen het nieuwe voorjaarsaanbod valt dit boek op. Niet alleen vanwege de bijzondere, donkere, fotografische illustraties, de ingetogen vormgeving of het niet-alledaagse  thema.  Het valt ook op door de schrijfstijl. Op een zorgvuldige en sobere wijze wordt verteld over de hoop en de angst van een oorlog, ongeacht de exacte locatie of periode. Zonder de dingen afgelijnd bij naam te noemen en het dramatisch gehalte op te fokken, druppelt de emotionaliteit van het verhaal langzaam bij de lezer binnen. De vriendschap tussen een blind kind en een Afrikaanse soldaat die ver van huis zijn strijd vecht. Haar onbevangenheid brengt hem weer op adem en zijn aanwezigheid biedt haar troost voor het gemis van een papa die aan het front zit. Geen eenvoudig thema maar dankzij de rustige stijl, de zekere afstandelijkheid waarmee wordt verteld maar niet wordt geoordeeld, is dit boek mooi om te lezen en zal het een brede groep jonge lezers kunnen aanspreken.  Het biedt ook stof tot bredere gesprekken over oorlog en dood, vooroordelen, eenzaamheid. Tussen de vele  hyperkinetische avonturen en uitgesponnen drama’s is dit boek een fijne afwisseling.

Iris Van Germeersch – boehkandel I*Boeks (Ledeberg) op Villa Kakelbont

♦♦♦

Bibliotheek-tip

Als aanloop naar de oorlogsherdenking 2014 verschijnen al heel wat verhalen met de oorlog als thema. Tussen dat aanbod valt Het meisje en de soldaatvan Aline Sax op. Het bijzonder mooi uitgegeven boek vertelt het verhaal van een blind meisje waarvan de vader aan het front vecht. Wachtend op zijn terugkomst ontmoet ze een Amerikaanse soldaat. Een verhaal over hoe wreed en mooi de oorlog kan zijn. Over hoop en angst. Een aanrader.

Ann De Bode, die in bibliotheek Scharpoord al meermaals tentoonstelde met haar Fimo-illustraties, verrast in Het meisje en de soldaat met subtiele levensechte schilderijen.

De trailer toont een sfeervolle kennismaking met het boek.

Bibliotheek Knokke-Heist

♦♦♦

‘Zeventien stappen. Het meisje strekt haar handen en inderdaad, daar is het bankje. Ze gaat helemaal tegen de leuning zitten. En dan merkt ze het. Er zit nog iemand op het bankje. Een soldaat. Hij ruikt naar zweet en modder en bloed. Zoals alle soldaten. Maar daaronder, heel diep, noch amper merkbaar, ruikt ze een andere geur. Een geur die ze niet kent. Ze snuift diep. Een warme geur zoals van gebrande noten. Maar noten die ze nog nooit geroken heeft.´

Een blind meisje en een zwarte soldaat ontmoeten elkaar op een bankje achter het café van de ouders van het meisje. De loopgraven van de Eerste Wereldoorlog bepalen het leven van de soldaat: zes dagen naar het front en dan drie dagen rust. Op deze dagen ontmoeten het meisje en de soldaat elkaar op het bankje. Hij vertelt haar over Afrika met ´langzame woorden en voorzichtige zinnen´. Op een dag blijft het bankje leeg. Het meisje gaat de soldaat zoeken en loopt naar het front.

Aline Sax, historica, heeft ongetwijfeld de historische achtergrond van de inzet van Afrikaanse soldaten in de Eerste Wereldoorlog grondig onderzocht. Deze Afrikaanse soldaten, de tirailleurs, waren voor de plaatselijke bevolking vaak de eerste zwarte mensen die ze zagen en ze werden met enig wantrouwen bekeken.

Sax beschrijft in beeldende zinnen de bijzondere band tussen het meisje en de soldaat. Hun namen blijven onbekend. Het meisje en de soldaat zijn beiden buitenstaanders die elkaar bij toeval ontmoeten. De soldaat vertelt het meisje over zijn land en de mensen die hij mist. Zij kan luisteren en horen wat hij niet uitspreekt.

Sax laat het meisje en de soldaat om en om aan het woord en vaak beschrijven zij hetzelfde moment. Als het meisje aan het woord is zijn de bladzijden wit, als de soldaat spreekt dan is de achtergrondkleur zwart. Het is onvermijdelijk dat het verhaal van de soldaat ook gaat over oorlog en dood:´ Het ene moment zagen zijn ogen nog en het volgende niet meer. Zo ongemerkt kan je hier sterven´

Het boek is in sobere kleuren geïllustreerd door Ann De Bode. Zij schetst een mooi tijdsbeeld met haar tekeningen die op foto´s lijken: een snapshot van het café, soldaten aan het front, de verwoestende werking van een bom. De soldaat zien we op het bankje, het meisje blijft buiten beeld. We zien slechts de benen van het paard dat zij berijdt of een gedeelte van haar lichaam.

Het verhaal beslaat nog geen honderd pagina´s maar is rijk aan inhoud en schoonheid. Het is een verhaal over vriendschap en vertrouwen tegen een achtergrond van oorlog en wantrouwen. Mis dit kleine pareltje niet!

Susan Vening, Kinderboekenpraatjes.nl

♦♦♦

Subliem boekje, prachtig verhaal, hele mooie zinnetjes. De oorlog van binnenuit door de ogen van een soldaat en een meisje. Hoe wreed en mooi dat oorlog kan zijn! De illustraties en lay out maken dit boek helemaal af!

Els, Goodreads.com

♦♦♦

Voor me ligt een heel mooi vormgegeven boekje, klein en dun. Een mooie omslag waarop een bankje getekend staat. Er zit niemand op. Een deel van de omslag is wit, en ik interpreteer dat als een verwijzing naar een van de hoofdpersonen in het verhaal: een jong blind meisje, dochter van een herbergierster. De eerste wereldoorlog woedt, de herberg staat niet ver van het front. Niet dat ze een idee heeft van dat front, zoals ze evenmin weet waar haar vader, die ten strijde is getrokken, precies is. Haar wereld is beperkt tot het bankje. Ze weet precies hoeveel passen ze moet zetten om er te komen en ze weet dat haar moeder haar door het raam in de gaten houdt.

Op een dag ruikt ze een vreemde geur: er zit iemand op het bankje.

‘Een soldaat. Hij ruikt naar zweet en modder en bloed. Zoals alle soldaten. Maar daaronder, heel diep, noch amper merkbaar, ruikt ze een andere geur. Een geur die ze niet kent. Ze snuift diep. Een warme geur van gebrande noten. Maar noten die ze nog nooit geroken heeft. Hij zegt niets. En zij zegt ook niets. Ze draait haar hoofd naar de zon en voelt dat de soldaat naast zich hetzelfde doet.’

Even later volgt het verhaal van de soldaat, op zwartgekleurde pagina’s vertelt hij het zijne, steeds om en om met het meisje.

‘De soldaat kijkt haar aan. Over haar ogen ligt een melkwit waas. De soldaat vraagt zich af of hij soms iets moet zeggen. Weet ze dat hij hier zit? Maar hij zegt niets. Hij leunt achterover en sluit zijn ogen. Hij probeert, net als zij, de zon te voelen en de geluiden van de omgeving te proeven.’

De volgende dag, als ze er weer allebei zitten begint het meisje te praten. Langzaam ontwikkelt zich een vriendschap. Hij vertelt over het warme Afrika, over zijn vrouw en kind die hij achtergelaten heeft. Zij vertelt over haar vader. Soms moet de soldaat naar het front, maar het meisje weet dat hij terug zal komen. Na elke zes dagen krijgen de soldaten drie dagen rust, en de soldaat komt trouw.

Tot hij op een dag niet verschijnt. Het meisje heeft net die dag, omdat ze hem verwachtte, een brood voor hem gebakken. Wat nu? Ze besluit hem te gaan zoeken.

Een grimmig sprookje lijkt het wel, deze vriendschap van een blind meisje en een zwarte soldaat tegen de achtergrond van een gruweloorlog. Ann de Bode maakte er illustraties bij, waarbij ze een voorbeeld nam aan foto’s die er uit die tijd zijn, beelden dus van de oorlog.

Zoals ik al zei: een mooi boekje met een mooi verhaaltje, een kleinood om te koesteren.

Marjo, Leestafel

♦♦♦

In ‘De moeder en de drie soldaten’ vertelt Ernest Claes op pakkende wijze het verhaal van een Vlaamse moeder wiens zonen aan het IJzerfront vechten en die tegelijk door de Duite bezetter verplicht wordt drie Duitse soldaten in te kwartieren. Dat gebeurt natuurlijk zeer tegen haar zin, maar langzaamaan krijgt ze meer en meer menselijk contact met de jongens, die ook maar zonen van een moeder ergens zijn, die ook maar moeten doen wat hun overheid, in dat geval de Duitse keizer, hen beveelt. Het is een pakkend en erg menselijk (kerst)verhaal, dat jammer genoeg wat in de vergetelheid is geraakt.

‘Het meisje en de soldaat’ van Aline Sax doet me er wat aan denken. Het verhaal speelt zich ook af tijdens de Grote Oorlog, niet ver van het front. Het (naamloze) meisje, zowat 6-7 jaar oud, woont met haar moeder en tante in een herberg op de grens van het dorp. Haar vader vecht aan dat front.

Het meisje is blind en maakt vaak gebruik van een bankje over de herberg, waar ze van de zon geniet.

Op een mooie lentedag wordt ze gewaar dat er nog iemand op het bankje zit. Ze ruikt hem, en het is een geur die ze niet kent. Het blijkt om een Afrikaanse soldaat te gaan; hij draagt de geur van Afrika in zich. Langzaam komen ze tot een gesprekje, en dag na dag groeit het vertrouwen en de intimiteit. Op een dag besluit het meisje om voor de soldaat een brood te bakken. Maar net dan komt de soldaat niet meer opdagen.

Het kleine, blinde meisje stapt van haar vertrouwde bankje en vertrekt om haar soldaat aan het front te gaan zoeken, helemaal op haar eentje. Ze wil hem kost wat kost haar brood schenken…

Het verhaal wordt verteld vanuit het meisje en vanuit de soldaat. ‘Het meisje en de soldaat’ is een droef en beklemmend boek over een verre en verschrikkelijke oorlog maar zo warm menselijk, zo herkenbaar. Het wordt daarbij treffend geïllustreerd door het penseel van Ann De Bode in sobere en sombere grijstinten. Het meisje en de soldaat moet je niet lezen als je in een depressieve bui bent.

De uitgever acht Het meisje en de soldaat geschikt vanaf 10 jaar. Ik vrees dat dat misschien iets te jong is, maar het is hoe dan ook een boek dat ook door ouders gelezen moet worden. Een aanrader, zeker met de herdenkingen naar aanleiding van 100 jaar Grote Oorlog in het verschiet!

Den Brabo, Antwerpse webkrant

♦♦♦

Een zachtmoedig en grimmig kinderboek

In Nederland gaan oorlogsboeken voor kinderen vrijwel altijd over de tweede wereldoorlog, in België zijn juist veel boeken over de eerste wereldoorlog verschenen. Daar is toen immers zwaar gevochten.

Het meisje en de soldaat speelt zich in die periode af. Het verhaal wordt afwisselend verteld door het meisje en door de soldaat; het boek wordt afgesloten door een derde verteller. Het meisje is blind. Haar moeder heeft een café en haar vader is ‘in de oorlog’. Iedere dag loopt het meisje met haar stok naar de overkant van de weg. Ze weet precies hoeveel stappen dat is. Aan de overkant staat een bankje waar ze op gaat zitten. Ze luistert naar de geluiden die onder meer uit haar moeders café komen. Alles is vertrouwd.

Op een dag merkt ze dat er nog iemand op de bank zit. Die iemand zegt aanvankelijk niks en zij ook niet. Het meisje ruikt zijn geuren, de geur van oorlog en bloed, drek en gas vermengd met een geur die ze niet thuis kan brengen.

Langzaamaan komt er een gesprek op gang. De soldaat komt uit Afrika; dat is de geur die zij niet kende. Hij vertelt over zijn vrouw en kinderen, hoe hij nu vecht in de oorlog en hij het eten smerig vindt. Steeds zit hij een paar dagen op de bank en dan vertrekt hij weer terug naar het oorlogsgebied.

Op een dag bakt het meisje, onder toeziend oog van haar moeder, een brood voor de soldaat; ze weet dat hij de volgende dag weer terug zal zijn. Met haar brood wacht ze op de soldaat. Hij komt niet. Ook de volgende dag komt hij niet. Het meisje wordt ongerust en doet wat ze nooit eerder deed. Al tastend met haar stok loopt ze het dorp uit in de richting van de oorlog. Op zeker moment neemt een ruiter haar mee. Hij vermoedt waar ze moet zijn.

De teksten zijn afwisselend zwart op wit – het meisje –, en wit op zwart – de soldaat. Gedeeltelijk overlappen de teksten elkaar en dat is knap gedaan. De lezer krijgt zo een helder inzicht in de gedachtewereld van zowel het meisje als de soldaat. Twee werelden die zo verschillend zijn maar elkaar toch raken. Het meisje dat ondanks haar blindheid de wereld onderzoekt, die haar vader mist, en de soldaat die ver van huis een oorlog uitvecht die de zijne niet is. Het verhaal van de soldaat over de oorlog is grimmig en in mooi contrast met het zachtmoedige maar vastberaden meisje. Het taalgebruik is sober, er staat geen woord te veel in.

Jammer dat de witte teksten op zwart niet vetgedrukt en dus beter leesbaar zijn. Het geheel oogt somber, mede door de illustraties in donkere kleuren. Ze geven de sfeer van het verhaal en de oorlog goed weer. Kinderen (en volwassenen) die aan dit boek beginnen, zullen al snel merken dat ze steeds meer moeite krijgen om het aan de kant te leggen. Dus gewoon in één keer uitlezen want eenmaal in je hoofd, zul je de beelden van het meisje en de soldaat lang bij je houden.

Hanneke de Jong, Boekenbijlage.nl

♦♦♦

Een blind meisje woont met haar mama en haar tante in een herberg, wachtend op het einde van de oorlog en de terugkeer van haar papa. Ondertussen zit ze uren op het bankje aan de kant van de zandweg tegenover de herberg. Daar luistert zij naar de geluiden uit de velden en uit de herberg.

Op een dag deelt zij het bankje met iemand met een voor haar onbekende geur. De geur van gebrande noten. Het is een zwarte soldaat die ervan droomt om snel weer bij zijn vrouw en zoon te zijn in Afrika.

In stilte zitten zij naast elkaar. Zo ontstaat een intense en warme relatie tussen het meisje en de soldaat. Tot de soldaat op een dag niet meer opdaagt. Net op de dag dat het meisje voor hem een brood heeft gebakken…

 Deze intimistische novelle valt op in zijn eenvoud. Het geeft een andere kijk op de eerste wereldoorlog via de problematiek van de zwarte soldaten die werden ingezet als ‘kanonnenvlees’. Maar meer nog schetst het een mooi beeld van een niet voor de hand liggende relatie in een wereld die ‘in brand staat’ en waar wantrouwen, vooroordelen en angst centraal staan.

Sax bouwt het verhaal gestaag op vanuit de beide standpunten, om beurten in korte hoofdstukjes. Eerst schetst zij, traag en intens, een mooie ontwikkeling van de (aftastende) relatie, waarna het verhaal in een stroomversnelling komt als het meisje op zoek gaat naar de soldaat. In het eerste deel is de dreiging voortdurend aanwezig maar overheerst de warmte. In het tweede deel wordt de dreiging reëel en overheersen ellende en miserie. Om uiteindelijk te eindigen in schoonheid.

Dit alles in een sober maar weloverwogen taalgebruik.

De ontmoetingen of gebeurtenissen die het verhaal doen voortgaan lijken soms wat érg toevallig en weinig geloofwaardig, maar je neemt het voor waar aan omdat je ook als lezer wil dat dit mooi afloopt.

Dit alles wordt treffend geïllustreerd door bruinige illustraties die perfect de beklemmende sfeer weergeven van de oorlog. Ze plaatsen de kijker in de positie van voyeur. Deze fotografische schilderijtjes van De Bode zijn al even sober en intimistisch als het verhaal zelf.

Dit boekje is uiterst zorgvuldig vormgegeven door Dries Desseyn. Het kleine formaat, de gekleurde pagina’s naargelang wiens standpunt we lezen, de compositie van tekst en tekeningen, alles is doordacht geconcipieerd tot een te koesteren kleinood.

Eric Vanthillo, Pluizuit

♦♦♦

Het meisje en de soldaat

Het is oorlog. Terwijl de soldaten moeizaam strijd leveren, gaat het leven achter het front zijn gang. Er wordt brood gebakken, de mensen zoeken elkaar op in de herberg. De soldaten mogen er even op adem komen.

De oorlog gaat ook niet aan het blinde meisje uit de herberg voorbij. Haar papa is aan het front en stuurt brieven. De soldaten brengen leven in de brouwerij, maar de donkere vreemdelingen boezemen de dorpsbewoners angst in. Op een dag ontmoet het blinde meisje uit de herberg een soldaat op het bankje voor de herberg. Alles is vreemd aan hem: zijn geur, zijn taal… Toch slagen ze er in om met elkaar te communiceren. Het meisje voelt de heimwee, de pijn en het gemis van de soldaat. De soldaat erkent haar kwetsbaarheid. De Afrikaanse soldaat zoekt moeizaam woorden om over zijn land en zijn familie te spreken. Hij ziet het wantrouwen en voelt de angst van de mensen, maar niet bij het meisje. Bij haar is het goed. Zij is niet bang. Aan haar kan hij zijn talisman, het masker, tonen.

Op een dag keert de soldaat niet terug met zijn strijdmakkers. Het meisje vraagt zich bang af wat er met haar vriend gebeurd is. Ze besluit om naar hem op zoek te gaan, met een klein zelfgebakken broodje. Maar de tocht is veel moeilijker dan verwacht. Een vriendelijke ruiter brengt haar naar het veldhospitaal. Het is er druk en lawaaierig, maar de soldaat vindt ze niet. Ze hoort wel het verhaal over het bombardement en de zwaar gekwetste tirailleurs. De ruiter brengt haar terug naar het dorp. Onderweg houdt het paard verschrikt halt voor een hindernis. De oorlog verstilt in dit ontroerend moment: het meisje, de soldaat, de ruiter en het paard.

Onlangs was ik in de frontstreek voor een bezoek aan Lijsenthoek in Poperinge. Daar op een veilige plek achter de frontlijn stond tijdens de Grote Oorlog een hospitaal. Veel soldaten werden er geholpen, veel anderen vonden er de dood en liggen begraven op het nabije kerkhof. Vlak bij is er ook een herberg. In het pas geopende museum wordt het verleden opgeroepen via foto’s, documenten en teruggevonden spullen.
Voor mij was Lijsenthoek het decor van deze intieme novelle. Op het oorlogskerkhof liggen trouwens ook veel vreemde soldaten uit de Grote Oorlog begraven: Senegalezen , de ‘tirailleurs’, maar ook Chinezen die ver van hun vaderland hier sneuvelden. Pas nu krijgt de geschiedschrijving oog voor deze niet-Europese slachtoffers.

Het verhaal zoomt nu eens in op het meisje, dan weer op de soldaat. Dat krijgt ook typografisch vorm in de witte en de zwarte pagina’s. De pagina’s van het laatste hoofdstukje zijn groen, een kleur die past bij het open einde, ook als de soldaat moet sterven. De ontmoeting met het blinde meisje brengt immers vrede en rust.

De personages in de novelle – het meisje, de soldaat, de ruiter – hebben geen naam. Daardoor krijgt het verhaal een universele betekenis. Ook op de kerkhoven zijn er veel naamloze graven van onbekende doden, die ver van huis moesten sterven.

Aline Sax en illustratrice Anne De Bode gaan het leed en de ellende niet uit de weg. De illustraties . tonen angst, verdriet en pijn. Realisme en sereniteit gaan hand in hand. Ondanks alles is in die wereld van geweld en oorlog plaats voor goedheid.

Het verhaal kan gelezen worden door lezers vanaf 10 jaar, zo staat op de cover. Het zou echter bijzonder jammer zijn als volwassenen deze novelle daardoor opzij zouden schuiven. Het meisje en de soldaat is een boek voor alle leeftijden! In 2014 is het honderd jaar geleden dat de grote oorlog begon. Nog steeds woedt er oorlog op andere plaatsen in de wereld. Het meisje en de soldaat helpt om daarbij stil te staan.

Rita Ghesquiere, prof. em. jeugdliteratuur, Kerknet

♦♦♦

De Eerste Wereldoorlog, een herberg aan de rand van het dorp, tegenover de herberg een bankje. Op dat bankje ontmoeten een blind meisje en een zwarte soldaat elkaar. Het bankje is hun rustpunt. De soldaat voelt zich er voor één keer niet aangekeken, nagestaard of veroordeeld. Hier kan hij zichzelf zijn en vertellen over Afrika, over zijn vrouw. Het meisje luistert. Zij wil hem vertellen over haar leven en haar herinneringen. Tot de soldaat op een dag niet naar het bankje komt. Er moet iets gebeurd zijn aan het front.

Met 2014 voor de deur, verschijnt het ene na het andere kinderboek over de Eerste Wereldoorlog. ‘Het meisje en de soldaat’ valt op omdat het het niet moet hebben het lawaai van bombardementen of de stank van bloed en zweet. Wel laat het een wit jurkje een bron van licht zijn in het donkere bestaan van een frontsoldaat. Dit is een subtiel, ingetogen en onverwacht hard verhaal, met krachtige en sfeervolle grijsgroene illustraties (schilderijen, eigenlijk) van Ann De Bode.

An Stessens – Cobra.be

♦♦♦

Een zeer lovende recensie in het Friesch Dagblad: lees hier de volledige recensie.

Enkele citaten:

‘Door deze opzet van het verhaal weet de auteurs op een werkelijk schitterende wijze een geschiedenis vanuit verschillende kanten tot leven te brengen. De sprankelende dialogen komen in beide verhalen op identieke wijze naar voren, maar de gedachten die het meisje en de soldaat bij de dialogen hebben, geven er steeds een andere lading aan. […] Op een zeer invoelbare manier wordt de vriendschap die ontstaat beschreven. Het verlangen van de soldaat naar thuis, naar zijn vrouw, zijn zoontje en zelfs de geiten heeft dezelfde lading als het verlangen van het meisje naar haar vader en naar de vrede. […] Heel mooi wordt beschreven hoe het blinde meisje haar andere zintuigen gebruikt om de wereld rondom haar te ‘zien’. Een wereld van geur, gevoel en geluid. Soms legt de auteur de gevoelens nog expliciet uit, maar dat had ze achterwege kunnen laten, want deze komen al duidelijk genoeg tot uiting. De verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog worden redelijk afstandelijk beschreven, zonder veel emoties, terwijl je als lezer die emoties wel voelt. Soms zijn de beschrijvingen hard realistisch […] De zinloosheid van de oorlog, waarbij geen sprake kan zijn van winnaars en verliezers komt heel goed naar voren. De legergroene prenten, met wit en grijze tinten, in een intimistische stijl, versterken de dreigende sfeer die uit het verhaal spreekt. Zij laten ook het harde soldatenleven zien. Aline Sax weet op een heel subtiele wijze in een poëtische taal een stuk geschiedenis tot leven te brengen, met een verhaal van een heel uitzonderlijke vriendschap. Een boek om vaker te lezen.

Toin Duijx, Friesch Dagblad, 22 juni 2013

♦♦♦

Net achter de frontlijn in de Westhoek staat een herberg. Daar wonen een blind meisje, haar mama en haar tante. Vader strijdt aan het front. In de herberg komen soldaten verpozing zoeken als ze enkele dagen rust hebben. Hun dienst bestaat uit zes dagen front waarvan drie in de eerste linie en drie dagen in de tweede linie. Dan hebben ze drie dagen rust. Als het zonnig is, zit het meisje graag voor het café buiten op de bank. Op een dag komt een soldaat naast haar zitten. Hij ruikt anders dan andere soldaten. Het is een zwarte soldaat. Hij mag de herberg niet binnen want de mensen zijn bang van hem. Ze vertellen de wildste verhalen over ‘die zwarten’.  Maar als je blind bent, vallen alle vooroordelen tegenover het uiterlijk van iemand weg. Het meisje praat onbevangen met de soldaat. Ze genieten beiden van die gesprekken. Ze kijkt uit naar zijn drie dagen rust. De soldaat vertelt over zijn land: “Met langzame voorzichtige woorden neemt hij haar mee op reis. Hij bouwt Afrika in haar hoofd.” (p. 19) Maar op een dag komt de soldaat niet opdagen en ook de dagen nadien komt hij niet. Het meisje besluit hem te zoeken. Ze verdwaalt en wordt opgepikt door een ruiter die haar naar het veldhospitaal brengt. Als ze haar soldaat daar niet vindt, denkt ze dat hij dood is. Ondertussen is de soldaat het veldhospitaal ontvlucht. Hij wil niet opgelapt worden en weer naar het front gestuurd worden en hij besluit een eind aan zijn leven te maken. Maar dan hoort hij een paard …

Dit is een heel mooi boek. Beurtelings worden de gedachten, gevoelens en gebeurtenissen verteld vanuit het standpunt van het meisje en dat van de zwarte soldaat. Ze vertellen niet zelf; de auteur vertelt over hen in een eenvoudige taal en korte zinnen. Het verhaal is mooi opgebouwd, sober, ingehouden, sterk en ontroerend. Als er over de zwarte soldaat verteld wordt, zijn de bladzijden zwart met witte letters. Dat geeft een knap effect maar is vermoeiend om te lezen. De illustraties zijn prachtig somber van kleur maar ze sluiten naadloos aan bij de tekst. Een heel waardevolle uitgave!

Annie Beullens, Pluizer

♦♦♦

In Het meisje en de soldaat komen tekst en beeld samen in de kleuren. Net als bij haar eerdere boeken heeft Sax weer voor een historische setting gekozen. Het boek verhaalt over een bijzondere vriendschap tussen een blind meisje en een Afrikaanse soldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ann de Bode maakte er legergroene prenten bij in intimistische stijl, die de dreigende sfeer versterken. De gebeurtenissen spelen zich af aan de rand van de oorlog. Het blinde meisje woont met haar moeder en haar tante in een herberg waar de soldaten die aan het front vechten, tijdens hun verlof graag komen. Haar vader, die ook soldaat is, komt nooit. Hij zal pas terugkeren als de oorlog voorbij is. Sax weet het verlangen van het meisje naar haar vader fraai uit te drukken door de geluiden en de geuren die ze waarneemt, te verbinden met haar angst en hoop: ‘Elke keer als de ambulancewagen langsrijdt, houdt ze haar adem in. Ze wil de geuren niet ruiken, niet proeven. Maar haar oren houdt ze open, hopend en doodsbang tegelijkertijd dat ze de stem van papa zal herkennen. Maar al het jammeren klinkt hetzelfde. Het zijn geen stemmen van vaders meer.’

Elke dag zit het meisje uren buiten op een houten bankje te luisteren naar de geluiden uit de velden en de herberg. Op een dag komt er iemand naast haar zitten. Hij ruikt anders dan de andere soldaten en zij kan niet zien dat hij er ook anders uitziet. De man is zwart. Subtiel heeft Sax hier een vrij onbekend stukje geschiedenis te pakken: tijdens de Eerste Wereldoorlog werden door de Fransen, onder het mom van beschaving en burgerschap, mensen uit de Afrikaanse koloniën ingezet als medestrijders. De ontmoeting met de zwarte soldaten werkte positief op de vooroordelen die veel blanken aanvankelijk hadden. Zij toonden zich goede strijders en aardige mensen, vooral tegen kinderen. Dit laat Sax zien in Het meisje en de soldaat. Terwijl de blanke soldaten onbeleefd en ruw kunnen zijn, is de zwarte soldaat vriendelijk en zachtaardig. De blindheid van het meisje is een mooi gevonden symbool: zij is letterlijk blind voor het feit dat hij er anders uitziet dan de blanken.

Het meisje en de soldaat ontmoeten elkaar elke dag dat de soldaat met verlof is. Hij vertelt haar over zijn land, over zijn vrouw, zijn zoontje en de geiten. ‘Hij bouwt Afrika in haar hoofd’. In zijn verlangen naar huis herkent het meisje het verlangen naar haar vader. Maar juist op het moment dat ze besluit de soldaat over haar vader te vertellen, komt hij niet meer naar het bankje. Het meisje besluit hem te gaan zoeken.

Sax focaliseert beurtelings via het meisje en de soldaat. Dit wordt gemarkeerd door de verschillende kleuren van de tekst en de bladzijden. Soms krijgt de lezer één situatie zelfs door beider ogen te zien. Tegelijkertijd schept Sax een afstand tussen de lezer en de personages door deze laatsten consequent ‘het meisje’ en ‘de soldaat’ te blijven noemen en hen geen namen te geven. Deze stijl — in combinatie met de illustraties van Ann de Bode, die met grove streken in verschillende tinten aardegroen vluchtige, beklemmende impressies van de omgeving geeft — schept een zintuiglijke poëtische sfeer. De sfeer komt het mooist tot uiting wanneer Sax beschrijft wat het meisje hoort en ruikt. Onder de bekende geur van zweet, modder en bloed ruikt de zwarte soldaat bijvoorbeeld anders dan andere soldaten. ‘Een warme geur zoals van gebrande noten.’ En wanneer ze op zoek naar de soldaat in een veldhospitaal belandt, hoort ze overal geluiden. ‘Schelle geluiden. Luide geluiden. Nieuwe geluiden. Ze probeert ze te ontrafelen en snel weg te stoppen in afzonderlijke doosjes. Maar het zijn er te veel, te luid, te erg in elkaar geklit.’

Af en toe heeft Sax de neiging om de zintuiglijke beleving van de wereld onderuit te halen door de gevoelens van het meisje te veel te expliciteren. Desondanks weet zij met dit korte, schijnbaar eenvoudige verhaal een van de rafelranden van de geschiedenis een gezicht te geven, zonder nadrukkelijk om erkenning te vragen voor de vergeten Afrikaanse strijders. Zij heeft hiervoor niet meer nodig dan een blind meisje, een onbekende soldaat en de geuren en geluiden van een nabije oorlog. Deze kruipen de lezer onherroepelijk onder de huid.

Sanne Parlevliet, De Leewelp

♦♦♦

De eerste wereldoorlog door de ‘ogen’ van een meisje en een soldaat

Het gebeurt niet vaak dat je tijdens het lezen van een boek je ogen dicht wilt doen: dan kun je tenslotte niet verder lezen. Bij het boek ‘Het meisje en de soldaat’ van de Vlaamse schrijfster Aline Sax wil je dat wel, om te doen alsof je “het meisje” zelf bent. Al in de eerste zinnen wordt duidelijk dat het meisje blind is en de wereld op een andere manier tot zich neemt. Aline Sax beschrijft dit zo precies, dat je als vanzelf mee blind bent:

De zon schijnt. De warmte van haar stralen wordt nog versterkt door het vensterglas. Het meisje zit aan tafel. Ze draait haar hoofd, laat de warmte in haar gezicht trekken en glimlacht. Het wordt weer lente. Ze houdt van de geur van de lente.

Het meisje woont in een herberg en elke dag gaat ze ertegenover op een bankje zitten. Het is oorlog en vlakbij de herberg is het front waar de soldaten vechten. Op een dag ruikt ze dat er nog iemand op het bankje zit. Ze ruikt dat deze man anders is: hij ruikt naar zweet en modder en bloed. Zoals alle soldaten. Maar daaronder, heel diep, nog amper merkbaar, ruikt ze een andere geur. Een geur die ze niet kent. Ze snuift diep. Een warme geur als van gebrande noten. Maar noten die ze nog nooit geroken heeft.

Als je je ogen weer open doet en verder leest, valt gelijk weer iets op: het volgende hoofdstuk heeft opeens witte letters op zwart papier. Hier lees je de gedachten van de soldaat, die uit Afrika blijkt te komen. De soldaat mist zijn vrouw en zijn zoontje in Afrika, zoals het meisje haar vader mist. Haar vader is ook soldaat en al heel lang niet thuis geweest.

Het meisje en de soldaat zijn allebei eenzaam en anders dan de andere mensen in het dorp. Het meisje doordat ze blind is, de soldaat doordat hij donker is en ver van huis. De dorpelingen vinden het maar raar dat het meisje met de soldaat praat. De soldaat vindt troost bij het meisje dat zijn anders-zijn niet ziet. Het meisje vindt troost bij de soldaat, die haar aan haar vader doet denken. Wat de dorpelingen zeggen kan haar niets schelen.

Op een dag komt de soldaat niet terug van het front. Hij is gewond geraakt en beleeft moeilijke momenten. Het meisje, dat nog nooit verder dan een paar stappen van de herberg vandaan is geweest, gaat naar hem op zoek. Als ze elkaar vinden zijn ze allebei wijzer.

Aline Sax wisselt telkens de witte hoofdstukken van het meisje af met de donkere hoofdstukken van de soldaat. De woorden van het meisje zijn als de omtreklijnen van een tekening: je ziet de beelden al goed voor je. De woorden en gedachten van de soldaat kleuren de tekening in en maken de beelden af. De échte tekeningen van Ann de Bode die in het boek staan, passen helemaal bij de beelden die je zelf hebt gemaakt.

Dit boek zuigt je mee in een andere tijd en een andere wereld. Aline Sax laat knap zien hoe twee buitenbeentjes in een oorlog goede vrienden met elkaar worden en elkaars redders zijn.

Carlijn – Leesfeest.nl

♦♦♦

Weer naar het boek