Wij, twee jongens

En wat vond de pers van Wij, twee jongens?

WIJ, TWEE JONGENS door Aline Sax

Men zegge en schrijve 1910, West-Vlaanderen. Het boerengezin De Belder heeft zijn hele hebben en houden verkocht om de oversteek te maken naar het beloofde land Amerika, al zijn de meningen hierover wel verdeeld. Vader en Alexander zijn overtuigd dat een beter leven hen wacht, terwijl Adriaan het enthousiasme van zijn tweelingbroer en zijn vader niet kan delen. Ook moeder wacht met een bang hart de oversteek af.
Het lot wil echter dat enkel Adriaan daadwerkelijk New York bereikt. Door iedereen verlaten, zonder enige notie van het Engels en bestolen van zijn weinige geld, lijkt hij een vogel voor de kat. Zijn verlangen naar huis is onnoemelijk groot, maar om de oversteek te maken is geld nodig, veel geld. En hoe krijg je dat als simpele Vlaamse boerenzoon voor elkaar? De situatie lijkt uitzichtloos, maar dan ontmoet hij Jack en alles verandert. Jack leert hem New York en de liefde kennen. Dan komt tweelingbroer Alexander naar New York. Adriaan verlangt naar de twee-eenheid die ze steeds waren, maar de tijd heeft hem veranderd. Ze lijken beiden een andere American Dream na te streven en dus wordt hij voor een verpletterende keuze geplaatst…
Aline Sax (°1984) kan, zo jong als ze is, al enkele knappe historische jeugdromans op haar conto schrijven. Ook dit verhaal valt weer onder dezelfde noemer. Sterker nog, dit boek kan wat ons betreft als haar beste tot op heden beschouwd worden. Naast de sterke historische situering slaagt zij erin om op heel mooie wijze de worsteling van een jonge man met zijn seksuele identiteit weer te geven.
De tijdsgeest is schitterend gevat. Het contrast tussen het landelijke Vlaanderen en het ontzaglijk grote New York moet inderdaad immens zijn geweest. Onze hedendaagse moderne media bestond niet, dus mensen konden zich niet echt een voorstelling maken van het ‘Beloofde Land’. Nu is het onvoorstelbaar, maar Engels was toen een nobele onbekende in ons taalgebied; men begon eigenlijk totaal onvoorbereid aan het nieuwe leven. Na een lange en verre van aangename oversteek wachtte er nog een strenge selectie voor het gewone voetvolk. De verlatenheid van Adriaan is perfect te begrijpen en als lezer kan je niet anders dan meeleven met zijn belevenissen in het voor hem verdoemde New York. Naast de strijd met de grootstad wacht hem dan nog een intenser gevecht met zijn ontluikende homoseksualiteit. Puriteins Amerika stelde zich zeer streng op tegen homo’s en eigenlijk wil hij niets liever dan de ‘normale’ weg volgen, al is hij zielsgelukkig met Jack. Wanneer hij dan nog dreigt te moeten kiezen tussen de liefde voor Jack en die voor zijn broer, wordt het hem allemaal te veel. Het is niet moeilijk om te begrijpen hoe hard hem dit valt.
Nergens ontaardt het verhaal in een melige liefdesstory. Sax blijft consequent vasthouden aan de geschiedkundige context en weet de romance hierin goed te verweven. Eigenlijk krijg je als lezer twee boeken voor de prijs van één: een historische roman over emigratie en een verhaal over ontheemdheid op allerlei vlakken; knap werk!
Dit boek is het eerste deel van een tweeluik. De lezer meer dan 300 bladzijden weten vast te houden én doen uitkijken naar het vervolg: je moet het maar kunnen! Aline Sax is in ieder geval met vlag en wimpel geslaagd.

Ilse Trimborn, Boek van de Maand April, www.maxtax.be

♦♦♦

SLECHTS RUIMTE VOOR EEN KEUZE

In het scheepvaartmuseum Het Steen in Antwerpen liep in 2002 een tentoonstelling over landverhuizers naar Amerika. In Wij, twee jongens gaf Aline Sax hun lijdensweg een eigen naam en karakter. In het kielzog van de tiener Adriaan passeren we de medische controles in Antwerpen en wachten we eindeloos in gore logementshuizen. We maken de ontluisterende grote oversteek mee en ontwijken de slinkse agenten op Ellis Island. In New York volgt de grote ontnuchtering, maar dan krijgt dit historische verhaal een wel erg verrassende wending.

De omslagfoto van ‘De Kroonland’ verwijst naar de historische basis. Met dit stoomschip van de Red Star Line wil de familie De Belder in 1910 vanuit het verarmde Vlaanderen de oversteek naar het Beloofde Land maken. De zieke, kleine Charlotte en moeder stranden al in Antwerpen. Op Ellis Island worden ook nog eens Alexander en vader teruggestuurd. Enkel Adriaan komt dus in New York terecht, zeer tegen zijn zin overigens.
Dit eerste deel is een meeslepende historische evocatie van een belangrijke periode uit de Vlaamse -en bij uitbreiding westerse- geschiedenis. De ik-persoon, die met een persoonlijke toets filmisch en gedetailleerd rapporteert, staat garant voor een maximale inleving. Een goede vondst daarbij zijn de ‘mentale’ schetsen van Adriaan, de tekeningen die hij in zijn hoofd bewaart. Zo blijven o.m de poëzie van zijn West-Vlaamse heimat en het confronterende gedrag van eersteklaspassagier op het schip op zijn netvlies gebrand. Bij een gewetensconflict in het tweede deel kan hij er moeiteloos op terugvallen.
Door die persoonlijke observaties van Adriaan verschuiven gaandeweg de accenten van de roman. In het tweede deel staat Adriaan plots helemaal alleen in New York. Aline Sax richt vanaf nu alle spotlights op zijn overlevingsstrijd. Het verhaal krijgt een ander karakter en verglijdt naar een Bildungsroman in een historisch kader. Ook de titel krijgt nu een andere invulling. Het verhaal startte als de geschiedenis van de tweelingbroers Adriaan en Alexander, altijd in één adem genoemd. Hun scheiding op Ellis Island en Adriaans harde overlevingsstrijd in New York verstoort dit beeld meedogenloos. De breuk met het eerste deel en zijn verleden lijkt radicaal en daarmee verdwijnt ook de idee van de mentale schetsen.
Dat is inhoudelijk wellicht begrijpelijk maar wel jammer voor de structuur van het verhaal. Nog andere draden worden (te?) abrupt doorgeknipt; de pop die Adriaan van Charlotte als mascotte meekreeg blijft in het tweede deel spoorloos; er komen ook geen (positieve) berichten van andere landverhuizers die hij in het eerste deel ontmoette. Zij hadden voor wat tegengewicht kunnen zorgen. In New York neemt Adriaan de vuilste en zwaarste jobs aan en logeert hij in een achterafpensionnetje in gore omstandigheden. Hij wordt erdoor gehard en gevormd. En dan ontmoet hij Jack. Met hem ontdekt Adriaan niet alleen het historische New York anno 1910, met zijn zwarte kanten en duistere nachtleven en vooral zijn kleurrijke personages, maar ook zijn ontluikende homoseksualiteit. Hij duit het homomilieu in -Sax taalgebruik wijst soms op te grote actualisering- en geeft de melancholie geen kans meer. ‘Twee jongens’ verglijdt geleidelijk aan van Adriaan en Alexander naar Adriaan en Jack. En opnieuw laat de lezer zich meeslepen. Zijn ontdekkingstocht laat hem nu diep binnenkijken in Adriaans verwarde ziel. Sax beschrijft meesterlijk zijn verwondering, zijn gewetensconflicten en de verscheurende keuze die hij uiteindelijk tussen Jack (symbool voor de nieuwe Adriaan, voor zijn nieuwe identiteit) en Alexander (symbool voor moraliteit en voor het veilige leven) moet maken. Wij, twee jongens laat maar ruimte voor één keuze. Maar Sax beschrijft ook zijn passie in wel zeer expliciete vrijscènes. Na de suggestieve en fijne beschrijvingen van Adriaans groeiende verlangen had dit voor mij niet meer gehoeven. Het lijkt een onnodige toegift aan sensatie. Veel subtieler, en meteen een link naar het studiehoofd Adriaan die we in het eerste deel leerden kennen, zijn de verwijzingen naar poëzie van Walt Whitman en Lord Alfred Douglas.
Adriaans verhaal is opgevat als een lange flashback, gevat tussen twee delen van een brief aan Alexander, geschreven op 17 september 1910. Op dat ogenblik is Adriaan de confrontatie tussen Jack en Alexander eventjes ontvlucht. Bij wil bij de gemeenschappelijke vriendin JoAnne tot rust komen en een beslissing nemen. Voor de lezer blijft Sax’ verhaal onbeslist. Niet ongewoon voor een Bildungsroman, maar onlogisch in een historisch verhaal. Wij, twee jongens is een tweeduidige roman. Het is een schitterende evocatie van een belangrijke historische periode en een confronterende, vlot geschreven maar niet altijd even subtiele Bildungsroman. Een cross-over roman voor gevormde lezers met een brede interesse!

Jet Marchau, Leeswelp, april 2006

♦♦♦

In het begin van de 20e eeuw besluit een Vlaams gezin te emigreren naar Amerika. Door onvoorziene omstandigheden belandt de 18-jarige Adriaan alleen in New York, waar hij zonder geld of enige kennis van de Engelse taal moet zien te overleven. Hij krijgt hulp van Jack, die zijn leven totaal verandert. Als zijn onbesuisde tweelingbroer Alexander later ook overkomt, moet Adriaan kiezen: bij zijn geliefde Jack in New York blijven of met zijn broer elders een boerenleven beginnen. Meeslepend, in de ik-vorm geschreven verhaal, waarin de gevoelige denker en observeerder Adriaan vanuit een arm en veilig boerengezin terechtkomt in een harde stadswereld waardoor hij binnen een half jaar volwassen wordt. Het dagelijkse leven en de verborgen gayscene in New York worden door het beeldende taalgebruik realistisch neergezet. De dubbelzinnige titel, de omslagillustratie en de twee authentieke zwart-witfoto’s op de schutbladen passen goed bij de verhaalsfeer. De jonge auteur (1984) werd al tweemaal genomineerd voor de Thea Beckmanprijs. Een prachtig historisch verhaal voor jongeren vanaf ca. 14 jaar.

Monique Luijben (Biblion)

♦♦♦

*** Wij, twee jongens

West-Vlaanderen 1910: het gezin De Belder laat have en goed achter voor een grote stap in het onbekende. Met een schip van de Red Star Line willen ze naar Amerika, het land van beloften. Vader en Alexander zijn rotsvast overtuigd van hun mogelijkheden aan de andere kant van de oceaan. Moeder staat wat huiverachtig tegenover het hele avontuur, net zoals Adriaan, de andere helft van de tweeling. Toch is Adriaan de enige die de keiharde selectie op Ellis-eiland overleeft en daadwerkelijk tot Amerika toegelaten wordt. Moeder is zelfs niet vertrokken (Charlotte, het jongste kind was te ziek) en vader en Alexander worden na een barre overtocht teruggestuurd. Adriaan is helemaal alleen, wordt onmiddellijk bestolen en begrijpt de taal niet. Hij is er doodongelukkig, en mist de boerderij, de velden en zijn broer. Hij wil niets liever dan zo snel mogelijk terugkeren naar Vlaanderen. Maar dan ontmoet hij Jack en alles verandert. Eerst is er alleen maar vriendschap. Langzaamaan ontdekt Adriaan dat hij ook andere gevoelens heeft voor Jack. Hij worstelt een hele tijd met zijn ontluikende homoseksualiteit, tot hij voor zichzelf zijn geaardheid aanvaardt. Als Alexander dan uiteindelijk toch in New York aankomt, staat Adriaan voor een hartverscheurende keuze. Dit is een schitterend verhaal over emigratie en ontheemdheid, gecombineerd met het aanvaardingsproces van een zich langzaam ontwikkelende homoseksualiteit. Heb boek komt zeer realistisch over, en de auteur – historica van opleiding – heeft zich zeer goed gedocumenteerd en geeft zonder belerend te zijn heel wat historische informatie mee over een stuk van onze geschiedenis waar we niet veel van weten. Bovendien is het boek zeer mooi geschreven en word je a.h.w. in de belevingswereld van Adriaan binnengezogen. Eens begonnen kan je het nog moeilijk wegleggen. Aline Sax werd al twee keer genomineerd voor de Thea Beckmanprijs, de prijs voor het beste historische jeugdboek, dus dat zij kan schrijven staat buiten kijf. Voor mij is dit een echte aanrader.

Diane Thoné, http://www.linc-vzw.be/pluizer

♦♦♦

Aline Sax is pas 22, maar ze is al een ervaren auteur. Ze debuteerde toen ze 17 was met Mist over het strand en sindsdien zijn er nog vier boeken van haar hand verschenen. Al haar boeken spelen in het verleden, de meeste in de vorige eeuw. Ze beschrijven het leven van gewone mensen.
Aan haar eerste boeken was haar jeugd nog af te lezen. De karaktertekening was niet al te diepgaand, soms waren duidelijke invloeden aan te wijzen. Zo doen stukken van Mist over het strand erg denken aan scènes uit de film Saving private Ryan.
Maar ze heeft zich ontwikkeld. In het begin doet haar laatste boek, Wij, twee jongens, nog even denken aan de film Titanic, maar dat gaat snel over. In 1910 is Adriaan De Belder met zijn tweelingbroer Alexander, zijn ouders en jongere zusje op weg naar Amerika, waar ze op een boerderij willen gaan werken. Maar het wordt een afvalrace: zijn zusje en moeder mogen de boot niet op vanwege de gezondheid van het zusje. De tweeling en hun vader halen New York wel, maar Alexander en vader worden op de boot terug naar België gezet.
Plotseling is Adriaan helemaal alleen, in een stad waar hij niemand kent en waar hij niemand verstaat. Verschillende mensen maken daar misbruik van. Hij krijgt werk en wil zo snel mogelijk terug naar België, want hij en Alexander waren onafscheidelijk.
Net als alles hopeloos lijkt, ontmoet hij Jack. Hij voelt zich op een vreemde manier aangetrokken tot die jongeman, maar weet zijn gevoel eerst nog niet te benoemen. Tot hij zich realiseert dat het liefde is. Homoseksualiteit was in die tijd voos en verboden, maar Jack laat hem zien waar ze elkaar kunnen ontmoeten, wat de geheime tekens zijn. Een hele nieuwe wereld gaat open voor Adriaan.
Het blijft verwarrend voor hem. Zeker als zijn broer na een aantal maanden alsnog overkomt.

Het boek geeft een goed beeld van New York aan het begin van de vorige eeuw en de moeilijkheden waar de immigranten, die nergens op voorbereid waren, mee te maken kregen. Ook het leven van homoseksuelen in die tijd is goed beschreven. Wel is het zo dat die twee onderwerpen elk ongeveer de helft van het boek beslaan, waardoor er in het midden een soort breuk loopt. Maar die breuk wordt overbrugd doordat in ieder deel de band van Adriaan met een ander een rol speelt. In het eerste deel is dat de band met zijn tweelingbroer, in het tweede deel de band met Jack. Als Adriaan op het laatst moet kiezen tussen die twee, lukt hem dat niet. Hij moet eerst al zijn ervaringen opschrijven voor hij de keus kan maken.

Dit boek is met afstand het beste boek van Aline Sax. Ze is een volwassen schrijver geworden en daar hebben veel schrijvers veel meer jaren voor nodig.

Richard Thiel, http://jipjip.web-log.nl

♦♦♦

In New York vindt Alexander een man

‘America, here we come!’ Het is 1910 als de lang gekoesterde droom van het gezin De Belder in vervulling gaat. Ze laten hun armoedige West-Vlaamse boerderij achter om in het land van de onbegrensde mogelijkheden een nieuw bestaan op te bouwen. Maar het loopt anders dan ze hadden verwacht. Alleen Adriaan komt aan in New York, de rest van de familie moet om verschillende redenen terug naar huis. Tot hier lijkt ‘Wij, twee jongens’ een wat traag historisch familiedrama, met als hoofdthema de scheiding van Adriaan en zijn tweelingbroer Alexander. Maar eenmaal in New York begint het verhaalt te bruisen en wordt het onverwacht een schitterende liefdesgeschiedenis.
Adriaan, ontgoocheld, overnacht in een smerig logement en probeert geld te verdienen voor de terugreis naar België. Als hij ontslagen wordt, ontfermt de jonge hotelportier Jack zich over hem. Adriaan mag bij hem komen wonen en niet lang daarna worden de jongens hevig verliefd. Op elkaar.
Het is aandoenlijk om te lezen hoe Adriaan er langzaam achter komt dat hij meer voor Jack voelt dan een gewone vriendschap. Vooral omdat de lezer eerder dan Adriaan zelf tot de conclusie komt dat de jongen homoseksueel is. En als Adriaan zichzelf gevonden heeft, is het nog gevaarlijk ook, omdat de ‘perverse liefde’ tussen mannen bij wet verboden is. Jack gaat hem voor in de schimmige ondergrondse gay-scene van de stad.
Als Alexander na een paar maanden plotseling naar New York weet te komen, wordt Adriaan geconfronteerd met zichzelf. Zijn broer lijkt meer op de Adriaan van vroeger dan Adriaan zelf! De verhuizing naar Amerika blijkt niet alleen een breuk met zijn oude leven, maar ook met zijn oude ik.
Alexander is nog steeds vastbesloten met Adriaan een boerderij buiten New York te beginnen. Maar hij weet niet dat zijn broer in de stad de liefde heeft gevonden. Adriaan moet kiezen: laat hij Jack achter of zijn broer?
Dit is meteen de tergende cliffhanger die reikhalzend doet uitzien naar het aangekondigde tweede deel. ‘Wij twee jongens’ is zeer verdiend een van de vijf genomineerden voor de Thea Beckmanprijs die vandaan wordt uitgereikt.

Bas Maliepaard, Trouw, 16 september 2006

♦♦♦

Aline is met Wij, Twee Jongens niet aan haar proefstuk toe. Alhoewel nog vrij jong, geboren in 1984, werd ze al tweemaal genomineerd voor de Thea Beckmanprijs, de prijs voor het beste jeugdboek. Ze studeerde geschiedenis aan de UA en dat merk je. Geschiedenis is trouwens één van haar passies. Ze kreeg overigens voor deze uitgave een reisbeurs naar New York.

Dit boek vormt een eerste deel van een tweeluik. Met ongeduld kijk ik uit naar het vervolg, zo spannend vond ik het. Zoals het met de meeste jeugdboeken het geval is, laat het zich ook lezen door een ouder (rijper) publiek.

Het verhaal situeert zich in 1910. Het was een tijd dat vele Vlaamse boerengezinnen emigreerden naar de States, het land van belofte. Zo ook het hoofdpersonage Adriaan met zijn ouders en broer Alexander. Wat staat Adriaan te wachten in het broeierig N. Y. en hoe zal hij omgaan met zijn ontluikende homoseksualiteit?

Aline doet me denken aan die andere vrouw die schitterende homoromans schrijft: Patricia Nell Warren. Schrijfster van onder andere de bestseller De Koploper (The Front Runner). Waar beide vrouwen de intuïtie halen om gevoelens tussen mannen zo haarfijn weer te geven, blijft mij een raadsel. Of zijn affectieve en seksuele gevoelens tussen mensen zo universeel? Beide vrouwen hebben ook een enorm oog voor details. Aline beschrijft het N. Y. van het begin van vorige eeuw alsof ze er zelf geleefd heeft. Hoe noemt men dat: empathie; historisch perspectief?

Het enig minpunt is wellicht dat het boek wat traag op gang komt. Maar dat vind ik van elke roman. De eerste honderd bladzijden moet ik me inspannen om door te lezen. De laatste honderd heb ik moeite om het boek naast me neer te leggen, ook al is het een gat in de nacht. Komt het doordat de personages en situaties worden neergezet vooraleer de interacties kunnen beginnen en de spanning kan opgebouwd worden? Wie echter van historische homoromans houdt: mis dit boek niet! Ik ben nieuwsgierig of je ook zo naar het vervolg uitkijkt.

Alex Scheirs, Magneet, ma-apr-mei 2007.

♦♦♦

[…] Maar waarom lezen of horen wij in Nederland niets over Aline Sax, die recentelijk met Wij, twee jongens haar vakmanschap definitief heeft bewezen? Sax schreef een meeslepende en vlot geschreven historische én Bildungsroman over Adriaan De Belder. Die maakt met zijn tweelingbroer en zijn vader in 1910 de oversteek naar het Beloofde Land, en moet uiteindelijk alleen in smerig New York zien te overleven. In Jack vindt hij de liefde van zijn leven, waarna hij moet kiezen tussen zijn alsnog gearriveerde tweelingbroer en Jack.

Mirjam Noorderduijn, De Groene Amsterdammer, 19 mei 2006

♦♦♦

Een onvergetelijke ontmoeting

Net als duizenden anderen besluit de familie van Adriaan in ‘Wij, twee jongens’ van Aline Sax aan het begin van de twintigste eeuw naar Amerika te verhuizen. Adriaan is echter de enige van het gezin die New York bereikt. Alleen, ver weg van zijn tweelingbroer Alexander, moet Adriaan zich staande houden in een vreemd land waar hij de taal niet kent. Al snel blijkt dat het leven in New York lang niet zo rooskleurig is als Adriaan had gedacht. Maar wanneer hij Jack ontmoet, leert Adriaan een andere kant van New York kennen – en van zichzelf. Als Alexander na maanden eindelijk in Amerika aankomt, moet Adriaan kiezen tussen zijn tweelingbroer en zijn nieuwe vriend Jack. Een onmogelijke keuze? Sax weet het Amerika anno 1910 heel goed tot leven te brengen met haar beschrijvingen van de overvolle straten, de prachtige hotels en de stinkende achterbuurten. Vooral bijzonder is hoe ze met weinig woorden de liefde tussen Jack en Adriaan bijna tastbaar maakt: ‘Er zat een wimper op zijn wang en ik blies hem van mijn vinger’. ‘Wij, twee jongens’ is meer dan een historische roman met spannende belevenissen: het is een ontmoeting met een hoofdpersoon van wie je wel móet gaan houden.

www.Leesfeest.nl

♦♦♦

Dankzij het schitterende boek van de Antwerpse auteur Aline sax hoef je niet te wachten op de opening van het Red Star Linemuseum om de migratiegolf van toen, richting Amerika, aan den lijve te ondervinden. In haar roman Wij, twee jongens vertelt ze het relaas van een Vlaams gezin dat de overtocht vanuit Antwerpen wil maken. Het resultaat is een boek dat leest als een kruising tussen een thriller en een historische roman en dat niemand onberoerd zal laten. Voor wie houdt van beklijvende en ontroerende literatuur, niet zomaar een aanrader maar een must!

Leinad Campo – Zone 03/, 22 november – 5 december 2006

♦♦♦

Aline Sax was nauwelijks 16 jaar toen haar debuut Mist over het strand uitkwam. Zes jaar en vijf boeken later staat ze (terecht) steevast in het lijstje van veelbelovende jonge Vlaamse talenten. Zoals al haar boeken heeft ook Wij, twee jongens een stevige historische basis. Niet verwonderlijk trouwens, want Aline studeerde geschiedenis. In dit eerste deel van het tweeluik schrijven we begin 20e eeuw. Vanuit België vertrekt een lange stroom landverhuizers richting Amerika, op zoek naar een beter leven. Onder hen ook vader en moeder De Belder, dochter Charlotte en de tweeling Adriaan en Alexander. Uiteindelijk zal enkel Adriaan daadwerkelijk New York bereiken. Bestolen, verloren en werkloos maakt hij kennis met de schaduwzijde van de metropool. Maar dan leert hij Jack kennen, en alles wordt anders. Met hem was New York niet meer zo bedreigend. Alleen nog maar heet, onvriendelijk en onoverzichtelijk. Maar niet meer bedreigend. Langzaam went Adriaan aan het leven in de grote stad. én aan zijn ontluikende liefde voor Jack. Als tweelingbroer Alexander uiteindelijk toch in New York arriveert, komt Adriaan voor een verscheurende keuze te staan: met zijn broer een nieuw leven beginnen op het platteland of met vriend Jack in de stad blijven. Wij, twee jongens is een verrassend en aangrijpend historisch portret van de barre emigratie naar Amerika, geschreven in een heldere, duidelijke taal. Dat wordt alvast uitkijken naar het tweede deel!

Blikopener, januari 2007

Weer naar het boek