Mist over het strand

Fragment uit het boek:

Ze schrokken zich dan ook rot toen een veel te Amerikaanse stem achter hen iets toeriep. De jongens draaiden zich vliegensvlug om. En alsof iemand aan touwtjes trok, gingen drie handen (Ralph hield er nog steeds één tegen zijn bloedende hoofd) meteen de lucht in.
Voor hen stond een Amerikaanse soldaat met zijn Thompson dreigend op hem gericht en zijn vinger strak om de trekker. Sepp kreeg een brok in zijn keel toen hij de vastberaden en hatelijke blik in de ogen van de soldaat zag. De man blafte een rauw bevel, dat geen van de twee Duitsers verstond, maar de driftige gebaren van het geweer lieten er geen twijfel over bestaan. De jongens klauterden omhoog. Wat ze daar zagen, deed hen van afgrijzen stilstaan. Het hele strand lag bezaaid met lichamen.
Daartussen laveerden nog steeds mannen omhoog. De zee had een rode kleur en de golven deinden steeds tegen de lijken die op de vloedlijn lagen. Het leek alsof ze weer leefden. Afgeschoten ledematen lagen verspreid als rommel in het zand tussen weggesmeten wapens, touwladders, vlammenwerpers en bangalorespijpen. Brandende tanks die het strand toch gehaald hadden stonden treurig met hun loop naar de grond gericht. Offers van staal naast die van vlees en bloed. Hospiks liepen tussen de menselijke resten om te redden wat er nog te redden viel. Sepp wendde zijn blik af en draaide zijn hoofd, maar van de andere kant was het zicht zo mogelijk nog afschuwelijker. Dante’s hel was er niets bij.
Tientallen Duitse soldaten lagen dood of stervend over de heuvel verspreid. Sepp herkende er meteen al twee van zijn sectie. Amerikanen waren bezig zijn makkers neer te knallen of gevangen te nemen. Hoewel de meesten werden doodgeschoten, zelfs als ze met hun handen in de lucht stonden. Het was alsof Sepp dit alles in een droom zag, alsof hij er een deel van uitmaakte, maar enkel naar een afgrijselijk schouwspel keek. Als in een vertraagde film zag hij een magere Amerikaan met zijn helm scheef op zijn kop. Duitsers doorsteken met zijn bajonet. Elke soldaat die naar hij dacht nog niet geheel dood was, doorprikte hij als een lappenpop. De Amerikaanse soldaat achter hem had genoeg van het getreuzel en duwde zijn geweer in Sepps rug: ‘Move!’
De twee jongens werden bij de anderen gezet. Sepp keek bedremmeld om zich heen.
Hij kon nog steeds niet bevatten war er de afgelopen uren was gebeurd. Hij dacht weer aan zijn zus, Lise. Raar, waarom moet hij nu juist aan haar denken? Hij besefte niet helemaal in welke situatie hij zich bevond. De oorlog was over voor hem. Kon alles zomaar ineens voorbij zijn? En zo plots? Wat zou er verder gebeuren? Wat waren deze Amerikanen van plan?
Waarom? Wat? Hoe? Er rezen zoveel vragen in hem op waar hij geen antwoord op kon geven, waar hij zelfs niet helder over kon nadenken. In zijn hoofd was het één grote mist.
Gek, dit had hij de voorbije uren wel vaak meegemaakt, die mist in zijn hoofd. Net als de mist op het strand.
Allerlei onzinnige gedachten speelden door zijn hoofd. Morgen was zijn neefje Sepp jarig. Of was het vandaag al de zesde? Ja, vandaag. Hij nam zich voor hem een gelukkige verjaardag te wensen als hij weer thuis was. Als hij weer thuis was? Wie zei dat hij ooit nog thuis zou komen? Wie zei dat hij hier ooit nog weg zou raken? Misschien zou hij zijn belofte aan Krieger toch niet kunnen houden. Wie weet?

Weer naar het boek